In 1941 veranderde het vredige wintersportdorp Struthof in het concentratiekamp Natzweiler. Niet het bekendste kamp, maar wel het enige op Franse bodem. Al zagen de Duitsers dat vermoedelijk anders, omdat de Nazi’s de Elzas niet bezet, maar geannexeerd hadden.
We rijden er heen door een verstild sprookjesachtig laaggebergte, maar zodra je door de poort gaat, zit je tussen de tastbare herinneringen aan dood en verderf: De appelplaats, de executieplaats en het crematorium. Hoewel Natzweiler nooit een echt vernietigingskamp was, stierven er toch zo’n 20.000 mensen. Het kamp was ook de plek waar ook veel veroordeelde politieke gevangenen, lees: verzetsmensen, hun einde vonden, ook nogal veel verschillende nationaliteiten. Er stonden bijvoorbeeld ook Engelsen op de dodenlijst. Huiveringwekkend vind ik de ruimtes waar men medische experimenten uitvoerde op gevangenen. De Franse schoolkinderen die hier met hun docenten een puzzelopdracht moeten doen lijken helaas minder onder de indruk, en zijn net zo lawaaiig als op een schoolfeestje. Ze lachen, fluiten en krijsen wat af, ze hebben het bord ‘Zone de silence’ even gemist. Voor deze pubers is dit een saaie onderbreking van hun schoolreisje. Concentratiekampen: saaie shit joh.
Om even bij te komen maken we een op de terugweg een omweg langs Mont Saint Odile, een oude abdij die natuurlijk ook zoals alles hier ook een Duitse naam heeft: Kloster Hohenburg. In een van de prachtige parkjes bij de abdij drinken we een wijntje in de zon met een schitterend uitzicht over de Elzas. Zoals dat hier gaat: als God in Frankrijk. En het is natuurlijk wel een klooster hé.
Natzweiler-Struthof





