Het is natuurlijk vloeken in de kerk, maar om het verleden te leren kennen heb je tegenwoordig veel aan Netflix. Misschien een waarschuwing, als je hier leest: ik put graag uit de populaire cultuur om in het verleden te duiken, en de zogenaamde ‘biopic’ is daarbij een mooi startpunt. Niet een droge documentaire, maar een lekker gedramatiseerde navertelling met de nodige aanpassingen. Als kind was ik al gefascineerd door de schermversies van Willem van Oranje (Jeroen Krabbé) en Soldaat van Oranje (RutgerHauer). Veel historici halen natuurlijk hun neus op voor dit soort popularisaties: ze nemen een loopje met de geschiedenis en dus leer je er niks nuttigs van. Toegegeven, toen ik 60 jaar later de echte Willem van Oranje leerde kennen via de vuistdikke officiële biografie zag ik toch wel wat verschillen met Jeroen Krabbé. Is dat erg?
Ik vind van niet. En zeker in het internettijdperk kun je heel snel opzoeken hoe vrij de interpretatie was. En soms hoeft het ook gewoon niet te kloppen. Naar verluidt is Elton John dolgelukkig met zijn leven zoals uitgebeeld in ‘Rocket Man’, hoewel de regisseur er een (overigens zeer vermakelijk) surrealistisch sprookje van heeft gemaakt dat de nodige vrijheden neemt, zoals Google mij leerde.
De afgelopen jaren trokken onder meer Henry VIII, Elisabeth II, Alan Turing, Robert Oppenheimer, Elvis, Truman Capote, en Mark Zuckerberg op mijn scherm voorbij, en de lijst is langer. Natuurlijk was er reuring bij de kenners en fans. In The Crown werd prins Charles afschilderd als een mysogene sukkel. Elvis fans vonden dat Baz Luhrman hun held had vermoord en de (Nederlandse!) familie van Colonel Parker was ook niet blij. Mark Zuckerberg wilde ‘The Social Network’ laten verbieden. Mensen die nog leven (en Elvis leeft ook, zo schijnt het), dat blijft lastig verfilmen.
Daarom ben ik zo dol op de Showtime/Netflix serie The Tudors (2009) en het leven van de reeds overleden serial monogamist Henry VIII. Die leefde zo lang geleden, dat de bronmaterialen schaars zijn en de interpretaties ontelbaar. Als je even over het feit heenstapt dat Henry er in ‘The Tudors’ uitziet als een donkerharige knappe jongen, is de serie vermakelijk, leerzaam en veel nauwkeuriger dan je zou verwachten. Henry leefde in de 16e eeuw en sindsdien hebben de geschiedschrijvers een dusdanig rookgordijn rond zijn leven opgeworpen dat je het als seriemaker wat speelruimte hebt om de waarheid in te vullen.
Als je zelf wat onderzoek doet, blijkt al snel dat de bronnen op veel punten schaars zijn. In 1536 wilde er nog wel regelmatig iets afbranden en documenten gingen vaak in vlammen op. Verder was men nogal terughoudend om iets op papier te zetten, en ook snel met vernietigen van documenten, want voor je het wist was er weer een samenzwering en ging je hoofd op het blok. Zo komt het dat een zeer groot deel van wat we weten over Henry en zijn zes vrouwen komt van de voor velen onbekende Spaanse gezant Eustace Chapuys. Die verstuurde jaren lang verslagen naar zijn koning, en in Madrid zijn ze keurig bewaard. In The Tudors leren we deze Chapuys dus kennen. Hij is een terugkerend karakter, en bijna de enige sympatieke mannenrol. Misschien niet toevallig, omdat hij ook een bron was, maar het was vermoedelijk in werkelijkheid misschien niet zo. Chapuys is door zijn tijdgenoten omschreven als een roddelkont en intrigant die ondermeer betrokken was bij het proces tegen Anna Boleyn. Dank zij hem weten we dus mooi alles over het Engelse hof ten tijde van Henry VIII, omdat hij het opschreef en de Spaanse koning een goede archivaris had. Hulde aan Chapuys, de Spaanse roddelaar!
Wat fascinerend is aan de serie is, is het vrijwel ontbreken van sympathieke mannen. Henry VIII was natuurlijk een naar geil kereltje met een agressieprobleem, maar de mannen die hem omringden komen er ook niet best af. Thomas More, een van de grondleggers van het humanisme: godsdienstfanaat en ketterverbrander. Thomas Cromwell, jaren rechterhand van de koning: Gluiperige intrigant en machtbelust. Thomas Cranmer, grondlegger van de Anglicaanse kerk en bijbelvertaler: wat een sukkelige creep. Leuk detail: deze heten allemaal Thomas, en ze belandden alle drie op het hakblok. Correctie: de laatste Thomas ging op de brandstapel, ook niet fijn. Er natuurlijk ook mannen die geen Thomas heten, maar die deugen evenmin.
De vrouwen in deze bewerkingen zijn doorgaans wat minder evil. Ze maken hooguit wat ongelukkige keuzes (zoals trouwen met de koning). Bij het kijken naar The Tudors bekruipt je wel het tragische gevoel dat je weet hoe de loop van de geschiedenis zal gaan. Arme Mary Tudor, de oudste dochter van Henry, die we zien opgroeien van een schattig meisje tot een statige prinses die zich fier door alle problemen heen slaat met een rotsvast geloof. We kennen haar nu uit de geschiedenisboeken als Bloody Mary. Ze werd na de dood van Henry en haar broertje een ongelukkige, eenzame en weinig succesvolle koningin, die vooral bekend is vanwege een spoor van verbrande ketters.
Over de zes echtgenotes niets dan goeds. Maar daar schrijf ik wel een andere keer over.





